Iedereen kan tegenwoordig foto’s maken, zeker met het steeds beter worden van de mobiele telefoons. Toch is een goede foto moeilijker dan gedacht. Zelfs gevorderde fotografen worstelen nogal eens om tot een goede foto te komen. Sommigen wachten tot het juiste moment, anderen kiezen bewust voor zwart/wit of kleur, het weertype, etc. Maar in de meeste gevallen bepaalt uiteindelijk de compositie of je een goede foto als resultaat krijgt. Natuurlijk heb je niet altijd de tijd om vooraf over de compositie na te denken. Maar als die tijd er is benut hem dan. Je foto’s zullen er echt beter door worden.

Hier zie je kracht van een staande foto.
De compositie begint al bij de keuze voor een staande of liggende foto. Soms kun je dat achteraf nog corrigeren door de uitsnede te veranderen maar eenmaal thuis achter het scherm zul je zien dat dat vaak toch niet meer gaat.
Maar dan komen er gelijk al allerlei belangrijke vragen. Wil je het te fotograferen onderwerp dichtbij hebben of veraf. Moet de foto van begin tot eind scherp zijn of juist op onderdelen onscherp om de scherpte in een deel van de foto te benadrukken. Wil je het onderwerp van boven of juist van onderop maken. Hier zie je al dat veel elementen een verschil kunnen maken in de uiteindelijke foto. Dit geeft soms al aardig wat hoofdbrekens.
Vervolgens is belangrijk wat is het doel van je foto? Wat wil je met het resultaat bereiken? Wil je de sfeer treffend neerzetten wat je ziet of is het onderwerp het belangrijkst. Is de omgeving belangrijk of juist niet.
Ook de de lens kan bepalend zijn. Kies je voor een groothoek perspectief of juist tele. In het laatste geval maakt het je het beeld platter. Ook vertekent de lens de keuzes soms. Het is goed om ook daar over na te denken.

Hier is het lijnenspel en symmetrie wat het succes van de foto bepaalt
Kortom tijd voor wat tips als je bovenstaande keuzes hebt gemaakt.
Probeer je onderwerp los te maken van de omgeving. Kijk of het mogelijk is de achtergrond echt te onderscheiden van het onderwerp zelf. Dit kan door kleur of door contrast.
Kijk of je elementen kunt herhalen dat geeft een beeld diepte. Dit kunnen bomen zijn, mensen, lantarenpaaltjes of een rij stoelen in een restaurant.
Heeft een foto symmetrie zet het dan als het kan allemaal in het midden. Ook het formaat foto kan hierbij helpen.
Kijk ook naar wat er voor interactie mogelijk is met het onderwerp en de omgeving. Zitten daar storende elementen in, kun je die wegkrijgen door een andere positie in te nemen of door even te wachten en het storende element voorbij te laten gaan.

Hier is de keuze een smal liggende foto met de paaltjes als herhaling voor de diepte en de twee mensen in de verte om de rust te laten zien als sfeerbeeld.
Kijk ook naar de kijkrichting van het onderwerp. Wil je dat een persoon je aankijkt om bijvoorbeeld de blijdschap te laten zien of juist niet maar de kijker mee te nemen wat hij/zij ziet.
Laat je niet altijd leiden door de regels maar ga soms ook even op je gevoel af. Zeker als je daarvoor de regels goed hebt gevolgd. Soms is het ook goed er even los van te komen.

Hier die keuze vierkante foto bewust zwart/wit en is het de lichtval die belangrijk is in deze foto.
Tot slot de regel van derden (een foto indelen in 9 vlakken en op de snijvlakken je onderwerp zetten) is een hulpmiddel dat het meest gebruikt wordt bij het bepalen van de compositie. De snijpunten zijn het beste om je onderwerp een plaats te geven. Maar zelf ben ik van mening dat die regel soms te beperkend is en te weinig rekening houdt met andere belangrijke keuzes.
